Verbouwing Delta Queen

Het baggerschip Delta Queen van baggerbedrijf De Boer in Sliedrecht mag dan te boek staan als een nieuwbouwschip, feitelijk is het dat niet. Basis van de Delta Queen is een kokkelschip uit de jaren ‘80. Onder aanvoering van machinefabriek en scheepsbouwer TCD van maritiem specialist VCU onderging het schip in slechts zestien weken een complete metamorfose. En daar had eigenaar Cornelis Jan van de Graaf van Baggerbedrijf de Boer wel een groot compliment voor over.
De ombouw van het kokkelschip tot kraan en baggerschip was een bijzondere klus. Om het aan de klasse-vereisten van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en Bureau Veritas te laten voldoen, moest het worden geregistreerd als nieuwbouwschip. Bovendien moest alles, van leidingen tot het elektrisch raamwerk, helemaal worden vernieuwd om aan de eisen te voldoen. Voor VCU was dit overigens niet de eerste ombouwklus. Baggerbedrijf de Boer benaderde VCU omdat het vorig jaar de soortgelijke ombouw van de Ilona G tot een goed einde bracht.

De Delta Queen ging nog niet meteen aan de slag als volwaardig baggerschip. Het eerste jaar werd het ingezet als kraanschip. Na dat jaar werd de Delta Queen klaargemaakt om als compleet uitgerust baggerschip te fungeren. Voor de inzet als kraanschip zijn twee 12 meter lange spudpalen, elk van meer dan een meter in doorsnee, in het dek aangebracht. Op die manier staat het schip stevig in de bodem. Dat is nodig als de gigantische kraan wordt gebruikt bij onder meer de aanleg van havens en het afgraven van kanalen. De Delta Queen ging voor het eerst aan de slag in Frans Guyana. De spudpalen kunnen op en neer worden bewogen door middel van twee lieren van elk ruim 30 ton en een compleet nieuw hydraulisch systeem dat aan boord is aangelegd. Bovendien is het geheel nieuwe middendek van 14 bij 12 meter, waar de kraan op staat, verzwaard gemaakt.

De klus werd in de recordtijd van zestien weken geklaard. Acht bedrijven zijn daarvoor verantwoordelijk. Zo verzorgde bouwbedrijf L. Post en Zn. de volledige betimmering. De aanleg van het nieuwe elektriciteitsnetwerk aan boord werd verzorgd door Piet Brouwer en het installatiewerk op loodgietersvlak kwam voor rekening van SB Installatietechniek. Nadat Scheepswerf Balk het schip droog zette, werd het schoongemaakt en geverfd door Snijder Schilderwerken. Henkko leverde de inrichting en Hoekman Shipbuilding voorzag het schip van een leidingsysteem. TCD was zelf verantwoordelijk voor diverse technische snufjes.